Plasmaspuiten

Plasma is de naam die wetenschappelijk gezien aan een gas wordt gegeven wanneer dit gas in een toestand van verhoogde energie gebruikt wordt. Het vormt in de reeks van agregatietoestanden als vast, vloeibaar en gasvorming de vierde toestand. Plasma wil in dit geval dus zeggen een sterk gedissocieerde en geïoniseerde gasstroom van zeer hoge temperatuur en energieinhoud. De plasmatoestand wordt verkregen door in een kamer met behulp van gelijkstroom een elektrische boog te trekken tussen een anode en kathode. In de kamer wordt het tot plasma te vormen gas geblazen, nadat dit gedissocieerd en geïoniseerd is, met enorme kracht via een nozzle naar buiten gedreven. Aan de voorzijde van het spuitpistool zien we dan een zeer fel ultraviolet licht uitstralende vlam. In de kern van deze vlam 10.000ºC-15.000ºC worden de poederdeeltjes van de aan te brengen coating versmolten.

De hoge warmte inhoud en geleidbaarheid van deze plasmavlam en de zeer hoge gas- en transportsnelheid van de gesmolten deeltjes geven optimale condities ten aanzien van sterkte, hechting, homogeniteit en zuiverheid van de gespoten laag.

Sealen:

Daar waar het risico aanwezig is dat chemische vloeistoffen of hydraulische olie door de poriën kunnen dringen en het basismateriaal zouden kunnen bereiken, moeten de spuitlagen gesloten worden met een sealer.

Spuitmaterialen:
De voornaamste groepen van materialen die verspoten worden zijn:

  • C- en roestvrijstalen
  • Speciale legeringen
  • Exotherme materialen
  • Chroom en wolramcarbiden
  • Keramische materialen
  • Oxiden en mengsels
  • Hoogsmeltpuntmetalen
  • Molybdeen
  • Tantaal
  • Wolfram
  • Cermets